Ontwikkel je op maat gemaakte software — als werknemer, bedrijfsleider of freelancer — en wil je een deel van je vergoeding onderbrengen onder het gunstregime voor auteursrechten (AVR)? Dat kan sinds 2026 opnieuw. Maar de spelregels zijn niet versoepeld: wie het regime wil toepassen, moet aan strengere voorwaarden voldoen dan vóór 2023.
Even terugspoelen: twee kanteringen op vier jaar tijd
Van 2008 tot 2022 gold het gunstregime (15% roerende voorheffing in plaats van progressieve tarieven) ook voor computerprogramma’s, die het Wetboek Economisch Recht gelijkstelt met werken van letterkunde. Softwareontwikkelaars maakten daar op grote schaal gebruik van.
Vanaf inkomstenjaar 2023 sloot de Programmawet van 26 december 2022 softwareontwikkelaars uit van het regime — hun vergoeding werd voortaan gewoon beroepsinkomen. Het Grondwettelijk Hof bevestigde die uitsluiting op 16 mei 2024.
Met de Wet van 10 juli 2026 tot hervorming van de personenbelasting komt de IT-sector terug onder het gunstregime, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026.
Wat zijn de huidige spelregels (inkomstenjaar 2026 / aanslagjaar 2027)?
- Tarief: 15% roerende voorheffing op het gedeelte dat als auteursrecht kwalificeert.
- Absolute grens: maximaal € 77.220 (geïndexeerd bedrag AJ 2027 / IJ 2026). Alles daarboven is sowieso beroepsinkomen.
- Relatieve grens: maximaal 30% van je totale vergoeding mag als auteursrecht gekwalificeerd worden — minstens 70% blijft gewoon loon of erelonen. Die verhouding moet bovendien marktconform zijn.
- Gemiddelde-toets: ligt het gemiddelde van je auteursrechten over de laatste 4 belastbare tijdperken boven de absolute grens, dan valt het volledige bedrag van het lopende jaar terug op beroepsinkomen.
- Overdrachtsvoorwaarde: de rechten moeten overgedragen of in licentie gegeven worden met het oog op mededeling aan het publiek, openbare uitvoering, óf reproductie. Dit zijn drie afzonderlijke, gelijkwaardige alternatieven — het volstaat dat aan één ervan voldaan is. Concreet: software die louter op een server draait (reproductie), telt al mee, ook zonder brede publieke verspreiding.
- Kostenforfait: sinds 1 januari 2026 enkel nog beschikbaar voor houders van een kunstwerkattest (gewoon of ‘plus’). IT-profielen hebben dit doorgaans niet, waardoor enkel de aftrek van werkelijke, bewezen kosten overblijft.
Wat betekent dit voor je contract?
Je arbeidsovereenkomst, managementovereenkomst of freelance-overeenkomst moet drie dingen expliciet vastleggen:
- Een clausule over de overdracht of licentiëring van de auteursrechten, met verwijzing naar minstens één van de drie doeleinden (publiek, uitvoering of reproductie).
- Een marktconforme berekeningsmethode, met een duidelijke opsplitsing tussen prestatievergoeding (minstens 70%) en auteursrechtenvergoeding (maximaal 30%).
- Consistentie met de gemiddelde-toets over de laatste 4 jaar — niet enkel het huidige jaar bekijken.
Voorbeeld ter illustratie: bij een dagtarief van € 500 zou een verdeling van 80% prestatie / 20% AVR passen binnen de 30%-grens — op voorwaarde dat dit marktconform onderbouwd is en de gemiddelde-toets doorstaat.
En administratief?
- Tijdig aangifte roerende voorheffing indienen.
- Fiche 281.45 invullen voor de aangifte in de personenbelasting.
- Het regime geldt zowel voor werknemers als voor bedrijfsleiders (via managementovereenkomst) en freelancers met baten.
Onze aanpak
Werk je met op maat gemaakte software en zie je hier opportuniteiten? Wij bekijken samen met jou of je overeenkomst moet aangepast worden, toetsen de vergoeding af aan de absolute en relatieve grens én de gemiddelde-toets, en overwegen desgevallend een fiscale ruling vóór je dit structureel doorvoert.
Vragen over jouw situatie? Neem contact met ons op — we denken graag mee.